Gieten en dompelen
Gieten doe je met een stevige maatbeker van minstens 1 liter. Begin met snel gieten, maar vertraag een beetje zodra je bij de rand van je pot komt. Zo vermijd je dat het glazuur over de rand loopt. Daarna giet je het glazuur er snel weer uit, bij voorkeur terug in de maatbeker of anders in de emmer. Zorg ervoor dat dit vlot en beheerst gebeurt.
Nadat je het glazuur hebt in- en uitgegoten, volgt het onderdompelen. Pak het werkstuk vast met zo weinig mogelijk contactpunten. Sofie gebruikt haar rechterduim op de bodem van de pot en haar middelvinger op de rand. Raak de rand enkel aan met het vingertopje. Dompel het stuk onder met de opening eerst. Je voelt wat weerstand, want je duwt een object in vloeistof. Houd het werkstuk zo horizontaal mogelijk, want anders ontsnapt de luchtbel, wordt de binnenkant twee keer geglazuurd en krijg je overal glazuurspetters. Begeleid de pot met je linkerhand door ermee op de bodem te drukken. Dompel tot aan de standring, voet of afgedraaide rand – maar ga er niet overheen. Wacht enkele seconden en trek het stuk dan rustig en beheerst uit het glazuur.
Na het dompelen hou je het stuk even schuin ondersteboven. Het glazuur zal dan op één punt samenkomen. Je kan dit druppeltje weg schudden of voorzichtig met je vinger aanstippen.
Je ziet het stuk snel drogen. De glans verdwijnt snel, eerst onderaan en dan verder naar de rand toe. Je kan de pot dan voorzichtig vastpakken aan de onderkant of hem gewoon ondersteboven zwaaien en rustig neerzetten op een proper plekje op tafel. De plek waar je vinger zat, werk je bij met een kwastje of je vinger gedoopt in glazuur. Geen zorgen als dit er niet perfect uitziet. Bobbeltjes of randjes smelten mooi weg bij het stoken.
Controleer het hele werkstuk. Zie je ergens een te dunne plek of een onbedekt stukje? Stip dat dan ook aan met een glazuurpenseel of je vinger.