Viscositeit doorstroombeker

Viscositeit – doorstroombeker

De viscositeit, of stroperigheid, van een dompelglazuur is heel belangrijk. Als het glazuur te dun of te dik is, zal de glazuurlaag op de scherf ook te dun of te dik zijn. Dat kan de kleur beïnvloeden of ervoor zorgen dat het glazuur afdruipt.

Viscositeit is geen vaste waarde. Ze verandert onder invloed van omgevingsfactoren, zoals de temperatuur in de studio. Soms is een glazuur lopend en dun, en enkele weken later plots weer dik en stroperig. Controleer de viscositeit dus altijd vóór je gaat dompelen of gieten en doe dit nadat je het soortelijk gewicht hebt gemeten én eventueel aangepast.

Roer het glazuur goed door. Het moet perfect gemengd zijn. Vul dan een doorstroombeker met een gaatje van 4 mm helemaal met glazuur. Trek de beker in één vloeiende beweging omhoog zodat het glazuur uit het gaatje stroomt en zet exact op dat moment een stopwatch op. Stop de tijd zodra de stroom voor het eerst onderbroken wordt. Herhaal dit meerdere keren en neem het gemiddelde van de gemeten tijden in seconden.

Vergelijk je resultaat met de richtwaarde op het etiket van het SOGO-glazuur. Is jouw doorlooptijd langer? Dan is het glazuur te dik – je zal het moeten verdunnen, ofwel deflocculeren met Dolapix. Is de tijd korter? Dan is het glazuur te lopend en moet je het indikken, ofwel flocculeren met Epsomzout.